School

November 2017

Met nieuwe vriendjes spelen, Engels leren, dingen ontdekken. Casper en Anne wilden graag weten hoe het er hier op school aan toe gaat, niet-weten was zo spannend. We hadden ingeschat dat ze na twee of drie weken wel zouden kunnen starten, omdat we uit de online informatie opmaakten dat ook hier veel waarde wordt gehecht aan onderwijs. Een goed gevoel bij een nieuwe school was belangrijk voor mij, dus mailde ik verschillende scholen met de vraag of we een keer konden komen kijken. Héél Nederlands. De gestandaardiseerde antwoorden maakten mij emotieloos duidelijk dat we eerst in het postcodegebied van de school moesten wonen voordat we welkom waren. Met ons nieuwe huurcontract waren we dat nu dus!

Rob en ik waren blij dat de school in Picnic Point goed staat aangeschreven. Ondanks dat we ons al in Nederland hadden ingelezen over het onderwijssysteem en we meerdere Australiërs hadden gesproken over de verschillende scholen en hun ervaringen, voelden we ons nog bijzonder onervaren en daarom waren de objectieve cijfers zeer welkom. Het werd me zo duidelijk dat zoiets als ‘school’ een begrip is waar je je hele leven aan gebouwd hebt. Al je kennis, ideeën en ervaringen kun je bij wijze van spreken ronddraaien in de lucht om het van alle kanten te bekijken en waarover je (of ik in ieder geval) een mening hebt. Onaangename dingen kun je verzachten doordat je weet wat er nog meer in het figuur zit. Nieuwe ideeën plaats je in de context van alle nieuwsbrieven en driejarenplannen die je ooit hebt gelezen. Je eigen herinneringen gebruik je om je kinderen te vertellen wat er van hen verwacht wordt. We hadden nog geen idee hoe het hier zou zijn en wat Casper en Anne dus zouden gaan beleven. Het voelde heel leeg.

Wij liepen met z’n vieren door het hek van de school. Casper was meteen enthousiast over de kantine. Ik dacht even aan Jamie Oliver. We liepen langs een grote hal en een bibliotheek. Anne zag daarna een schoolplein met een hinkelpad, een heus podium en een door de zon verkleurd klimrek. Deze school had een fijnere sfeer dan de andere scholen die we gezien hadden. We zagen zoiets als orde, misschien zelfs beleefdheid, we zagen allerlei werkstukken, muurschilderingen en een enorm, gedeeltelijk overdekt schoolplein met daarachter een nog groter, droog grasveld. Verspreid op het schoolterrein stonden verschillende kleine gebouwen met klaslokalen. Ook de toiletten zijn ondergebracht in een vrijstaand pand. “Een school zonder gangen”, zoals Anne zei.

Ben Walsh, de schooldirecteur, vertelde in een opvallend mooi spreektempo, over zijn visie op leren en hoe deze school leerprestaties steeds meer zichtbaar maakt voor de leerlingen zelf. Hij vertelde ook dat alle kinderen worden aangemoedigd in de leerput te raken. We hingen aan zijn lippen. Want juist als je in de put zit, je uitdagingen, tegenslag en fouten ziet, leer je het meest. Kinderen wordt geleerd wat ze moeten doen als ze niet meer weten wat te doen. Ik was om. Enthousiast namen we de stapel inschrijfformulieren in ontvangst.

Wat ontmoedigend om daarna van de procesgerichte ‘office’ dame te horen dat wij met ons visum een serieus hoge, jaarlijkse bijdrage moeten betalen. En toen vertelde ze ook nog dat we, vanwege datzelfde visum, eerst de New South Wales (NSW) overheid om goedkeuring moesten vragen om onze kinderen aan te mogen melden bij een Public School. De bureaucratische put was diep. Thuis alle paspoortnummers ingevuld, visadocumenten gekopieerd, gegevens van eerdere Nederlandse scholen en kinderopvang ingevuld en allergieën aangekruist. Daarna regelde Rob snel elektra, inboedelverzekering en internet zodat we drievoudig bewijs konden bijvoegen aan de stapel dat we ook daadwerkelijk in de buurt van deze school woonachtig zijn. Daarna terug naar de directeur voor zijn toestemmende handtekening. En toen per post, want er was geen andere mogelijkheid, de formulieren opgestuurd aan de overheid. Tijdens dit hele gedoe maakten mijn zus en zwager plannen om hun achtertuin op te laten knappen. We lazen de app’jes erover met de kinderen en we stuurden berichtjes terug over het hoge bedrag dat we hier moesten betalen aan onderwijs. Las ik daarna een mailtje van Casper aan een vriendje waarin hij schreef dat school hier een ‘voortuin’ kost!

We kregen toch sneller dan verwacht de goedkeuring van de overheid; kids mogen na vier weken weer naar school! Nog één ding te regelen, waarvoor we naar de uniformshop moesten. Het meisjesuniform bestaat uit een wit, blauw, maroon (soort wijnrood) geruite jurk met zo’n klein, kort stropdas-achtig lintje waarvan ik de echte term niet kan vinden. Daarbij witte sokjes en zwart leren schoenen, die volgens Anne “heerlijk lopen”. Op eigen initiatief heb ik er een korte, donkerblauwe legging bij gekocht, wat gedoogd wordt als het niet onder de jurk vandaan komt. Voor Casper een lichtblauw overhemd met korte mouwen en een donkergrijze korte broek. Plus grijze sokken en zwart leren schoenen. ‘No hat no play’, dus allebei een maroonkleurige, UV werende hoed met brede rand. Rob en ik vinden die cowboyhoeden wel lekker Aussie. Achteraf gezien had Casper liever het petje gekozen, want deze hoed vangt zo veel wind als hij rent. En dan zijn er ook nog speciale sportuniformen. Eén dag in de week dragen ze een korte blauwe broek en een lichtblauwe polo mét schoolembleem. Witte sokken en witte sportschoenen. Tja, wat zal ik ervan zeggen? Het is zo allemaal hetzelfde.

Hun eerste schooldag was op dinsdag 7 november. Wat was dat spannend! Het maffe was nog dat het ‘Mufti Day’ was: de feestdag waarop je je eigen kleding aan mag doen. Voor alle andere kinderen was het heel bijzonder om zonder uniform naar school te gaan, maar onze kinderen waren wat teleurgesteld. We liepen ‘s ochtends met zijn vieren het schoolplein op. Daar werden we hartelijk ontvangen door de leraar van Anne, Mr. Burdon, die heel veel meiden uit de klas had meegenomen. Hij had voor Anne een buddy geregeld, heel fijn. Maar alle andere meisjes wilden ook heel graag helpen en stonden daarom in een kleine kring om Anne heen. Ze wist haast niet waar ze moest kijken. Heel dapper vertelde ze hoe ze heette en toen vroegen die meiden haar van alles en allemaal door elkaar. Een van die meiden stelde voor om in gebarentaal met Anne te praten zolang ze nog geen Engels kon. Maar haar buddy, lekker praktisch, pakte haar hand en daar ging de hele meute met haar opweg naar de kapstokken om haar tas op te hangen. Daar kon Anne zich nog net losmaken van de groep voor een afscheidskus.

Ook Casper werd op het plein opgehaald door zijn nieuwe lerares, Mrs. Stawski, en een groepje hulpvaardige jongens. Mrs. Stawski praatte heel duidelijk en rustig. En we zagen dat Casper meteen contact met haar had. Hij vertelde beleefd in een volzin hoe hij heette en zijn leeftijd. Later vertelde Casper dat zij vanuit Oost-Europa ook op jonge leeftijd naar Australië was gekomen en zich heel goed kon voorstellen hoe dat nu voor Casper moest zijn. De jongens die zij had meegenomen waren misschien wat minder plakkerig dan het meidengroepje, maar minstens zo nieuwsgierig. En op een afstandje stonden nog veel meer kinderen naar ons te kijken. De buddy van Casper wees naar het lokaal en na een knuffel en een lieve aanmoediging begon ook Casper aan zijn nieuwe schoolavontuur. Wat een kanjers! Ik liet me buiten het hek troosten door Rob.

 

2017-11 uniformen

 

Learning Pit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s