Straatbeeld

April 2018

Anne over de Thomas Street: “De stoep heeft geen kleine vierkantjes, maar grote tegels waar je één hele stap op kunt zetten. Een voortuin in Nederland heeft vaak een hek of schutting, hier is naast de weg meer groen dat je deelt met je buren. Bij sommige straten loop je over het gras in plaats van een stoep. Daar kunnen we makkelijk met zijn drieën hand in hand lopen, terwijl we in Nederland maar lastig met z’n tweeën naast elkaar kunnen lopen. Het is wel erg warm om buiten te lopen.“

Als we ’s ochtends naar school gaan, steken we de geasfalteerde straat over naar de kant waar het trottoir ligt. Een stoep van grote, grijze betonplaten die door ongeveer een meter brede grasstrook gescheiden wordt van de weg. Aan onze kant van de weg ligt alleen een breed stuk gras dat overloopt in de diepe voortuinen. Bij de meeste huizen zonder hekje, soms met een lage afscheiding of een rijtje rozenstruiken. In elke voortuin zie je de watermeter en de hoofdkraan van het bijbehorende huis. Ik weet nog niet precies van wie de grond tot aan de straat is. Van bewoners of van de gemeente? Het lijkt erop dat de bewoners het gras zelf onderhouden. Onze buurman, met wie we de voortuin delen, doet het voor ons huis. Dat zal toch een hoop gemeentelijke belasting schelen. Je kunt uiteraard over de stoep lopen, maar over het gras is ook prima. Hoewel de meeste huizen een eigen oprit en garage hebben, zie ik geregeld dat er auto’s geparkeerd staan op het gras. Ook opvallend zijn de zwarte elektriciteitskabels die met houten palen van huis naar huis worden geleid.

In onze, glooiende straat staan aan beide kanten van de weg veel bomen. Ik denk dat het Banksia Trees zijn. Ze hebben felrode pluimbloemen, die op complexe ragers lijken. Het ziet er subtropisch groen uit en minder keurig dan in Nederland, want soms moet je even bukken om langs een boom te kunnen lopen. Ik ben benieuwd hoe groen het er hier in de winter uit zal zien. Het verbaasde me dat er nu nog, in de herfst, veel bomen in bloei staan. In de voortuin naast ons staat een boom met prachtige paarse bloemen (Tibouchinas). Anne zegt dat het anders is dan bloesem omdat “de Australische bomen echte bloemen hebben die veel langer bloeien”. En in onze tuin bloeit op dit moment de Paradijsvogelbloem! Een kunstwerkje van de natuur. De Fragipani struik zie je hier ook overal. Er zijn verschillende kleuren bloemen, maar de witte met het subtiele gele randje zie ik het meest. De bloemen zijn steviger dan andere bloemen en Anne steekt ze vaak achter haar oor. We vinden de palmbomen in onze voortuin ook erg gaaf. Soms is een palmboom zo’n solitair ding met een lange, dunne stam en een paar sneue takken hoog in de lucht. Onze vijf palmbomen zijn vol en ogen heel tropisch. Verder zie je veel eucalyptus bomen, met de opvallend witte stammen, in de wijk. Er bestaan meer dan 600 verschillende soorten van deze boom. Als het heel warm is, ruiken we die opvallende geur.

Picnic Point is een groene, verzorgde wijk en de meeste straten zijn ruim opgezet. Langs alle straten staat bebouwing. Hoewel er wel orde in het stratenplan zit, is het niet zoals in Amerika opgebouwd in blokken. Er zijn veel doodlopende straten waar het mooi wonen is. Hoogbouw is er niet in onze omgeving. “Er zijn mooie en lelijke huizen”: zegt Anne, “sommige zien eruit alsof de verf er zo vanaf valt”. Wat Anne waarschijnlijk bedoelt, is dat er nieuwe en meer traditionele huizen in onze wijk staan. De oudere, traditionele huizen doen mij denken aan vakantiewoningen. Bungalows met houten wanden, soms in een leuke kleur, en veranda’s bij de voordeur. De huizenmarkt is booming. Oude woningen worden gesloopt en op die enkele kavels worden nagenoeg allemaal duplexwoningen met een bovenverdieping teruggeplaatst, met gestucte wanden en helwitte LED verlichting aan de buitenkant.

Op de hoofdwegen door de wijk mag je 60 kilometer per uur rijden. Op de straten die van de ene naar de andere hoofdweg lopen, is 50 kilometer de maximale snelheid. En in de schoolzones mag je niet harder dan 40, tijdens de breng- en ophaalmomenten. Door de markeringen op de weg en de oranje knipperende lampen op de verkeersborden zijn die zones en de tijden echt niet te missen. In de schoolzones mag je ook niet stilstaan of parkeren. Hoge boetes als je je niet aan die regels houdt en strafpunten op je rijbewijs. Veel kinderen worden bij school afgezet met de auto. Er komen ook veel kinderen lopend en maar heel weinig nemen de fiets. Er is ook haast geen ruimte voor fietsers. Ik riep meteen dat links rijden veel makkelijker en overzichtelijker wordt door het gebrek aan tweewielers. De infrastructuur is er totaal niet op ingesteld. De enige plek waar we fietspaden aangegeven zien, is langs de autowegen waar auto’s 80 tot 110 kilometer per uur mogen rijden! Nog vreemder dat we er af en toe ook echt een wielrenner zien. En dan staat er bij de op- en afritten een waarschuwingsbord, doodeng.

Kijk links, kijk rechts en dan nog een keer. Of was het nou andersom? Wij checken nog steeds alle kanten twee of drie keer voordat we de oversteek wagen. Maar sinds ik weet dat auto’s alleen in de rijrichting langs de weg geparkeerd mogen worden, is het wel makkelijker geworden. Ook tijdens het autorijden gebruik ik dat als oriëntatie. Inmiddels rij ik natuurlijk soepeltjes links. In het begin klikten we regelmatig de ruitenwissers aan in plaats van de richtingaanwijzer. Ook moest ik wennen aan de manier waarop de wegen zijn opgebouwd. Kruispunten zijn hier anders ingericht. Het principe is net zo eenvoudig als in Nederland: iedereen kan alle kanten op, en tóch is het anders. Een bocht naar links is kort en snel en naar rechts is juist ruim. Ik kon in de eerste weken een soort mini blackout creëren door mezelf af te vragen op welke baan ik in Nederland zou inhalen. Of als ik me afvroeg waar ik uit zou komen als ik de rotonde op de Nederlandse manier zou rijden? En dat in combinatie met verkeersborden waarop namen van suburbs staan, die soms erg grappig zijn: Beverly Hills, Carss Park, Freshwater, Pleasure Point. Picnic Point vind ik ook nog steeds geestig.

Het was ook even wennen dat links rijden regelmatig ‘rechts rijden aan de linkerkant van de weg’ betekent. Doorgaande wegen tussen de woonwijken zijn vaak tweebaans, maar de meest linker baan kan ook gebruikt worden als parkeerstrook. En om daar langs te kunnen moet je wel naar rechts. En dan is die rechter baan ook de voorsorteerstrook om rechts af te kunnen slaan. Dus dan slingeren we snel weer naar links, zodat we heel relaxed toch snelheid houden. In het begin waren we heel alert op de geparkeerde en voorsorterende auto’s, maar nu gaat het heel geoefend.

Superhandig juist vind ik dat de verkeerslichten ook aan de overkant staan. Je hoeft nooit dubbelgevouwen op je dashboard te hangen om te zien wanneer je mag. Het duurde even voor we doorhadden dat stoplichten behalve rood, oranje en groen ook een vierde signaal hebben, namelijk uit. Bijvoorbeeld: je rijdt op een doorgaande weg (linker kant) en wilt recht afslaan op een kruispunt met stoplichten. Het doorgaande verkeer heeft groen (aangeduid met het ronde licht) en het afslaande verkeer heeft een rode pijl. Dan gaat de rode pijl opeens uit. Wat te doen? Zeker als de auto achter je begint te toeteren? Nu weten we dat ‘uit’ zoiets betekent als ‘ga als het kan’. Als het licht uit is, heeft het tegemoetkomende verkeer groen. Zodra het verkeerslicht (pijl voor rechtsaf) op groen springt, weet je zeker dat het veilig is, omdat de anderen rood hebben.

Verkeersborden hebben hier veel meer tekst, waar in Nederland vooral met symbolen wordt gewerkt. (Die Nederlandse zijn wel echt heel mooi.) Ik had simpelweg tijd nodig om de borden te lézen: niet stoppen want een bushalte, de linker baan moet naar rechts, afslaan mag met voorzichtigheid, weg vrijhouden op maandag t/m vrijdag van 6.30 tot 10 uur en van 3.30 tot 6.30 uur, geef voorrang aan voetgangers. En dan zijn er parkeerterreinen en -garages waar borden staan met bijvoorbeeld 2P erop. Kan ook 3P of 4P zijn. Bleek de aanduiding te zijn van het aantal uur dat je er mag staan. Geen parkeerschijf, geen kaartje, niks. Gewoon zelf de tijd in de gaten houden. Ik heb hele fora op internet gevonden waarop mensen elkaar uitleggen wat deze borden betekenen en waar Europeanen zich blijven afvragen hoe dat gecontroleerd wordt.

Verder wordt het straatbeeld bepaald door grote, ronkende auto’s. De auto wordt makkelijk gepakt. Fietsen worden met name gebruikt om te sporten, niet om even iets op te halen. En dat ik wandelend Casper en Anne ophaal of een brief ga posten is ook vrij ongewoon. Ik vind het lekker, zeker omdat er onderweg zo veel te zien valt.

Wil je het ook van de andere kant bekijken? Volg mijn blog door in de rechter kolom je mailadres in te vullen. 

 

 

2 gedachtes over “Straatbeeld

  1. Renee Tenhave

    Enjoying your view from the other side Winnie! We just had a holiday in the United States and were experiencing lots of the same things. We planned which lane to turn into when turning left in the car; we checked many times, both ways before crossing the road; we deciphered signs and compared to Australia.
    It’s very interesting reading about our country through your family’s eyes.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s