Kriebel

Mei 2018

In het doodlopende straatje van ons eerste, tijdelijke huis woonde een bijzonder hulpvaardige buurvrouw. Zij liep meteen naar ons toe om kennis te maken en legde de regiokrant voor onze deur zodat we ons snel welkom voelden. Bovendien spendeerde ze een halve dag met mij en de kinderen om ons de omgeving te laten zien. Ze vertelde ons over de maandelijkse markt in Revesby, over de beste tijd om een tweedehands auto te kopen (namelijk aan het einde van de maand als de verkopers nog hun targets moeten halen) en over kleine, witte spinnetjes in de tuin die gemeen kunnen bijten. Daarbij gaf ze me de nadrukkelijke tip: alleen tuinieren met handschoenen aan. En hang je de was buiten te drogen? Eerst even uitkloppen voordat je het opvouwt en terug in de kast legt.

Door onvoorziene omstandigheden moest de warmwaterketel in datzelfde huis vervangen worden. Daarvoor werd door de verhuurder, met alle medewerking, een loodgieter geregeld. De beste man was een enorme klets. Het begon interessant. Tijdens het naar binnen en buiten lopen, wat blijkbaar vaak nodig was om de ketel te vervangen, vertelde hij over de mooiste wandelgebieden rond Sydney, over prachtige watervallen en immense stuwdammen. Maar toen de ketel zo’n beetje op z’n plek stond, begon hij over de slangen en spinnen die hij in zijn leven, en in het bijzonder in zijn achtertuin, was tegengekomen. Hij draafde door. Ik heb een heus litteken van, als ik het me goed herinner, een zwarte adder op zijn linker onderbeen mogen bekijken. Dat punt in het gesprek was, achteraf gezien, wel een keerpunt. Daarna ratelde hij door over White-tailed spiders die zich graag verstoppen in rondslingerende kleding en schoenen, onopgemaakte bedden en de wasmand. Als een echte kenner beschreef hij deze nare beesten van bijna drie centimeter groot, die zich meer bezig houden met het vergiftigen van hun vijanden dan met het spinnen van een web. Hun beet veroorzaakt “lokale pijn”(?!), rode zwellingen en als je pech hebt misselijkheid, hoofdpijn en overgeven. Ze houden zich schuil in en om het huis (!) en zijn vaak te vinden in plooien van kleding, handdoeken en in schoenen. Sommige dingen wil ik gewoon liever niet weten. De lakens op Casper’s bed hingen scheef tot aan de vloer. Anne’s kleren lagen opgefrommeld op een omgevallen hoop in de hoek van de kamer. En de huiseigenaar had overal in huis hoogpolige vloerkleden neergelegd. Toen we eindelijk weer warm water hadden en ik de kinderen op het hart gedrukt had dat ze in Australië echt hun kleren beter moeten opruimen, snapte ik niet dat niemand me eerder voor deze spinnen gewaarschuwd had! Als het echt zo erg was, zou je toch een folder bij de douane verwachten ofzo. Ik denk, achteraf, dat die loodgieter een voormalig arachnofobische Europeaan behoorlijk op de hak heeft genomen…

En toch… een paar weken later liep er zo één in de schoolkantine en, bijna niet te geloven, een dag later ook in onze bijkeuken! Niet dat ik die eerste, op school, herkende als een white-tailed spider. Daarvoor liep ie te snel. Maar de vrouw met wie ik die dag samenwerkte, noemde het zwarte beestje meteen bij de naam. Thuis meende ik eenzelfde spin te zien in de ‘laundry’. Hij liep door de grote kier onder de buitendeur naar het groene badkleed, dat de verhuurder voor de wasmachine had gelegd. Daar bleef hij zitten tot Rob op h’m ging staan. Ik voelde me echt bikkel.

Het wachten is natuurlijk nog op een écht grote Huntsman in huis. Nog geen idee hoe ik daar op ga reageren. Rob moest erg hard lachen toen ik vroeg of zo’n spin gewoon opgezogen kan worden. Dan heb je tenminste nog die afstand van de stofzuigerslang, snap je. Hij zei: “Als hij door het gaatje past wel!”. Oh boy… Je hoeft geen fobie te hebben om onder de indruk te zijn van een spin met een pootspanwijdte van 25 cm. Op de Nederlandse Wikipedia pagina staat dat ze saai van kleur zijn. Is dat geruststellend? We hebben al een Huntsman gezien van ongeveer tien centimeter wijd. (For the record: ik schat mijn kinderen ook altijd te klein in.) Hij zat aan de buitenkant van het slaapkamer raam van het Airbnb huis waar we logeerden tijdens het Paasweekend bij Jervis Bay. Zelfs Rob was onder de indruk van dat beest. En daarna gewoon de gordijnen dichtgetrokken en gaan slapen. Steeds als Rob en ik het over Huntsman spiders hebben, benadrukken we dat deze joekels andere spinnen opeten en dus “goed” zijn. Maar alsjeblieft niet in mijn huis!

Huntsmans eten behalve andere spinnen ook kakkerlakken, en dat ís een goed ecologisch systeem. Jak, ik moest wel even wennen aan die lelijke, rood-bruine oerbeesten. Vindt Casper leuk; dat kakkerlakken van dezelfde generatie zijn als de dinosauriërs. Maar ze rennen zo snel, klimmen tegen muren op en vliegen ook nog! Rob kende ze nog van zijn tijd op Aruba, maar de kinderen stonden bij de eerste als versteend naast de eettafel. Nu roepen ze heel hard om hulp als er weer een door het huis schiet. In ons eerste huis renden we bijna dagelijks achter een kakkerlak aan. Door hun harde schild gaan ze niet makkelijk dood. Minstens twee keer meppen met een schoen.

Vlak voordat de zeecontainer arriveerde met onze spullen, hebben we ons huis laten behandelen door ‘pest control’. Ik ben er niet per se trots op, maar het maakt het leven een stuk minder kriebelig. Na vijf maanden in dit huis zijn we slechts een handjevol kakkerlakken tegengekomen en heb ik gelukkig nog geen enkele spin binnen gezien. Ook geen ratten op zolder. De man die dit huis kwam ‘behandelen’, wees ons erop dat het grof gemetselde muurtje langs ons terras een aantrekkelijke plek is voor onder andere de Redback spider. Hij leerde ons de kleine, chaotische spinnenwebben in de gaten te houden en niet op het muurtje te gaan zitten. Of spelen! De Redback vrouwtjes zijn namelijk hartstikke giftig en leven met name “dichtbij of in huizen” (waarom?!). Uiteraard is er een anti-gif, maar de pijn rond de beet en in het betreffende lichaamsdeel kan wel tot een etmaal duren. Rob informeerde nog naar de Sydney Funnelweb spider, de ergste van allemaal. Zonder behandeling is de beet levensbedreigend. De ongediertebestrijder zei dat we “very unlucky” zouden zijn als we er zo een in de tuin zouden hebben zitten. Diep ongelukkig, ik krijg de rillingen van de gedetailleerde foto’s naast de tekst op de Wikipedia website.

Ik kreeg ook de rillingen van de Australische vliegen. Die zijn uiteraard ongevaarlijk, maar vooral tijdens de vochtige en warme zomerdagen zo ongelooflijk volhardend. En sommige bijten! Ze zitten op je gezicht, je wappert ze weg en ze zitten er weer. Het wegzwaaien van vliegen wordt ook wel de ‘Australische groet’ genoemd. Dat vind ik dan wel weer grappig. Die stomme beestjes zijn op zoek naar proteïne in je tranen, zweet, snot en bloed. Heel hardnekkig, heel irritant.

Het ding met al die beestjes is dat je niet de hele tijd superalert kunt zijn. Dus vouw ik de was gewoon op en loop ermee naar boven. Af en toe sla ik een kakkerlak in twee keer dood. De meeste Australiërs die wij spreken, kennen niemand die ooit voor een anti-gif naar de dokter moest. Enkele hebben wel eens een slang gezien, maar met uitzondering van de loodgieter hebben wij niemand gesproken die erdoor is gebeten. De meesten zijn er ‘relaxed’ over, maar wel met een serieuze ondertoon. Niemand onderkent de gevaren van de fauna in dit land. Ik betrap mezelf er op dat ik een ruimte scan op ‘onregelmatigheden’ voordat ik naar binnen ga. En ik zou graag door het National Park willen hardlopen, maar de gedachte aan laaghangende spinnenwebben houdt me vooralsnog toch tegen.

Wil je het ook van de andere kant bekijken? Volg mijn blog door in de rechter kolom je mailadres in te vullen. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s